AWBR, STWT en Impuls-Akros bouwen samen aan Kindcentra in west Amsterdam

‘Ons doel is: alle kinderen de best mogelijke ontwikkelkansen geven’

Van links naar rechts: Theo Hooghiemstra, Jeroen Spanbroek, Otto Heijst

Veel gezinnen in west Amsterdam hebben het zwaar. Er is armoede, veel kinderen groeien op in een weinig stimulerende omgeving. Mede hierdoor nemen de zorgvragen van kinderen en gezinnen de laatste jaren fors toe. De zorg kan deze vragen niet goed aan: net als het onderwijs en de kinderopvang kampt ook de zorg met een personeelstekort. Om een bijdrage te leveren aan de oplossing sloegen de schoolbesturen AWBR en STWT en de kinderopvangorganisaties Impuls en Akros de handen ineen om de komende jaren nauw samen te gaan werken in Integrale Kindcentra (IKC’s). “Dat gaan we doen met een breed ontwikkelaanbod, zonder schotten, drempels, schakels en andere belemmeringen”, schrijven de bestuurders in het manifest ‘Samen sterk voor de kinderen in west Amsterdam’. BEN in de Buurt sprak met Jeroen Spanbroek (STWT), Otto Heijst (Impuls en Akros) en Theo Hooghiemstra (AWBR) over de ambities, de hobbels en de dromen van de samenwerking. 

“Door onze krachten te bundelen, denken we beter in staat te zijn iets te doen aan de personeelstekorten, bijvoorbeeld door slim gebruik te maken van elkaars personeel”, zegt Jeroen. Theo: “Door nauw samen te werken met de kinderopvang kunnen we preventiever optreden, om te voorkomen dat kinderen in de hulpverlening terechtkomen.”

Dat dit hard nodig is, ziet ook Otto iedere dag: “We krijgen steeds vaker te maken met een zwaardere problematiek dan we aankunnen, met name op de voorscholen. We merken dat het systeem verstopt zit: een kind kan niet makkelijk doorstromen naar een plek die het eigenlijk nodig heeft. Voorzieningen werken vaak niet eens meer met wachtlijsten omdat die zo lang zouden worden, dat het geen zin meer heeft om ze nog aan te leggen.”

Grote ambities

De ambities van de samenwerking tussen AWBR, STWT, Impuls en Akros zijn groot: “We willen alle kinderen in west Amsterdam de best mogelijke ontwikkelkansen geven”, is te lezen in het manifest. “Dat doen we met de samenvoeging van onze kinderopvanglocaties en basisscholen tot Kindcentra (KC).” 

Over deze ambities zijn de bestuurders ook in gesprek met de gemeente. De centrale lijn in die gesprekken, zo zegt Jeroen, “is dat wij ervoor kiezen om te werken aan de basis: de doorgaande lijn voor elk kind van 0 tot 13 jaar, waarbij we ook goed zicht hebben op kinderen van 0 tot 4 jaar. Daarom vinden we het zo belangrijk dat we die doorgaande lijn samen met Impuls en Akros kunnen ontwikkelen. Zij hebben alles in huis: van voorschool tot BSO en zijn actief in de verlengde en rijke schooldag. Onze ontwikkelopdracht is om het hele aanbod met elkaar goed neer te zetten.”

Waarom zijn Kindcentra een belangrijke bijdrage aan de oplossing? En wat gaan leerkrachten, pedagogisch medewerkers en kinderen ervan merken?

Jeroen: “Er gaat voor kinderen vaak veel energie verloren in de overgang van thuis naar school, naar de opvang, naar de BSO etcetera. Al die professionals horen bij allemaal andere teams. Als je daar één IKC-team van maakt, gaan kinderen het meer als een logisch geheel ervaren. En je voorkomt dat een kind als het 4 jaar wordt ‘ineens’ naar school moet, dat er een dossier moet worden overgedragen, dat je plotseling naar een ander gebouw moet, met andere regels. Voor de medewerkers van het Kindcentrum verandert er ook veel: ze staan er niet meer alleen voor, maar kunnen een beroep doen op een veel grotere groep collega’s, met kennis die ze misschien zelf niet hebben.”

Theo: “Voor de duidelijkheid: het doel is niet om één organisatie te worden. Het doel is: de best mogelijke combinatie van opvang en onderwijs bieden aan kinderen. Daarbij helpt het dat je op een Kindcentrum werkt vanuit één team dat bestaat uit pedagogisch medewerkers, onderwijsondersteuners en leerkrachten, en dat er één gemeenschappelijk leiding is, waardoor je werkt vanuit dezelfde afspraken en werkmethoden. Je hebt dezelfde studiedagen, dezelfde vieringen, hetzelfde personeelsbeleid etcetera.”

Otto: “Wat wij willen faciliteren is dat de Kindcentra zich als één organisatie kunnen voelen. Medewerkers horen dan bij een Kindcentrum. Hoe mooi is het dan dat ze geen ‘last’ meer hebben van de besturen, maar dat de besturen hen ondersteunen bij wat ze met elkaar al weten dat ze voor de kinderen moeten doen.”

Welke hobbels moeten nog uit de weg geruimd? 

Theo: “Het verschil in wet- en regelgeving voor de opvang en het onderwijs, daar kunnen wij weinig aan doen, behalve zo creatief mogelijk met de verschillen om te gaan. Waar we wel invloed op hebben is bijvoorbeeld de samenwerking met de gemeente op het gebied van huisvesting. Het is daarbij van belang dat we samenwerken met alle afdelingen binnen de gemeente die hiervoor verantwoordelijk zijn: zowel vastgoed als huisvesting voor kinderopvang en onderwijs.”

Jeroen: “Daarnaast hebben we de hobbels binnen onze eigen organisaties. Zo mogen opvang- en onderwijsgelden niet door elkaar lopen. Door het slim te organiseren kunnen wij het aan de achterkant wel zo met elkaar regelen, dat de kinderen en de medewerkers er aan de voorkant geen last van hebben. Een medewerker die in dienst is bij de kinderopvang, en voor een deel ook werkt als onderwijsassistent, zal officieel gedetacheerd moeten worden. Dat zorgt voor veel bureaucratie, maar dat kunnen we aan de achterkant op een slimme manier met elkaar regelen, zodat je er op de werkvloer niks van merkt.”

Hoe bereik je ook de kinderen die geen gebruik maken van kinderopvang, voorschool of VVE?

Otto: “We bereiken nu ongeveer 70% van de kinderen met ons voorschoolse aanbod. Natuurlijk willen we ook die overige 30% bereiken. Vaak zijn dat de kinderen die in het onderwijs het vaakst hun hoofd stoten. Tegelijk willen we er ook voor waken dat we een gesegregeerd aanbod krijgen voor kansrijke en kansarme kinderen. We streven daarom naar een geïntegreerd aanbod voor alle kinderen van 0 tot 13.”

Theo: “Hier ligt een belangrijke link met BEN in de Buurt dat ons kan vertellen hoe de problematiek er op buurtniveau uitziet. Op basis van die gegevens kunnen wij zoeken naar oplossingen binnen het onderwijs en de zorg. BEN in de Buurt hebben we daarbij nodig als onze ogen en oren in de buurt om ook die kinderen en gezinnen te bereiken die wij nog onvoldoende in het vizier hebben.”

Jeroen: “Wij pleiten er ook voor dat alle kinderen een toegangsrecht krijgen voor de kinderopvang voor minimaal twee dagdelen per week. Zodra Den Haag daar klaar voor is, willen wij daar ook klaar voor zijn. Met de IKC’s zoals wij die aan het inrichten zijn, zijn we ons daarop aan het voorbereiden.”

Wat is jullie einddoel voor over vijf tot tien jaar? Hoe ziet de ‘ontwikkelwereld’ van kinderen in west Amsterdam er dan uit? 

Jeroen: “Ik ben vooral blij dat we niet begonnen zijn vanuit een organisatieperspectief, en niet zijn gaan praten over fusies of integratie van organisaties. Dan waren we nu niet bezig met IKC’s bouwen maar met intern managen van onze medewerkers, onze ouders, onze raden van toezicht, onze cliëntenraden etc. We hebben gekozen voor een voorlopig tweejarige traject, waarin we met elkaar kijken of er, vanuit onze nauwe bestuurlijke samenwerking, energie ontstaat op de locaties. Als over twee jaar op meer dan 50% van onze locaties enthousiasme is om de doorgaande lijn van 0 tot 13 te organiseren via de lijn een Kindcentrum, dan is het voor mij geslaagd. Dan ben ik ervan overtuigd dat het gaat werken als een sneeuwbal, en dat we over vijf tot tien jaar nog verder zijn dan we nu kunnen dromen.”

Otto: “Uiteindelijk hoop ik dat ouders weten dat hun kind bij ons in goede handen is. Dat ze niet hoeven te leuren in de stad om te kijken of nog ergens hulp te vinden is, maar dat wij als kindcentrum zeggen: wij organiseren dat. Dat er één loket is waar ze terecht kunnen en waar ze weten: hier moet ik zijn als ik een vraag heb over mijn kind, en dat het dan niet uitmaakt welk logo er op de deur staat. Daarbij zou ik wensen dat de medewerkers van de kinderopvang en het onderwijs zeggen: ik werk in één team op een kindcentrum en daar ben ik trots op.”

Partner van BEN in de Buurt

Theo: “Wij hopen dat wij met onze samenwerking iets in beweging kunnen zetten in Amsterdam. We denken altijd dat we in Amsterdam voorop lopen, maar op het gebied van de integratie van kinderopvang en onderwijs lopen we echt achter.”

Jeroen: “We zijn onderdeel van een systeem dat aan het leren is. Wij zetten nu in op de ontwikkeling van Kindcentra. BEN in de Buurt is dan weer onderdeel van de schil om de Kindercentra heen. Het is daarom goed dat ook de kinderopvang nu aanhaakt als partner van BEN in de Buurt.”

Otto: “Daar sluit ik mij volledig bij aan. Wij denken graag mee over wat er nodig is voor de kinderen in west Amsterdam. Wij delen graag onze expertise.”

Theo: “Eens. In de integratie van kinderopvang en onderwijs zouden we echt één team moeten worden. Dat betekent dat kinderopvang wat ons betreft dan ook een belangrijke partner is voor BEN in de Buurt.”

Het manifest ‘Samen sterk voor de kinderen in west Amsterdam’ is te vinden o.a. op de website van STWT.

Deel deze pagina:

Pre-COOL onderzocht de effecten van voorschoolse educatie