Integraal arrangeren – wat bedoelen we daarmee?

Een van de thema’s waarop BEN in de Buurt dit schooljaar wil versnellen, is ‘integraal arrangeren’. Wat wordt daarmee precies bedoeld? Hoe werkt het in de praktijk? En wat is het verschil met ‘gewoon goed samenwerken’? 

De basis is dat we ‘met elkaar de juiste dingen doen’ voor het kind. Door interprofessioneel samen te werken binnen een Ondersteuningsteam, een OT, worden alle betrokkenen gezamenlijk verantwoordelijk voor de doelen, de uitvoering en de evaluatie van de gekozen aanpak. De beginvraag is steeds: wat hebben dit kind, deze leerkracht, deze ouders/verzorgers nodig? En welke weg bewandelen we vervolgens om dat voor elkaar te krijgen? Het kan gaan om (complexere) vormen van onderwijsondersteuning of (lichtere) vormen van jeugdhulp, zoals kortdurende begeleiding, weerbaarheidstraining, sociale vaardigheden en korte gedragstherapie. 

Iedereen praat en denkt mee 

Integraal arrangeren is een proces waarin je met verschillende brillen de situatie beschouwt. In ieder geval hoor je altijd de stem van de leerkracht, de ouders en het kind. Vervolgens vraag je je af: wie hebben we nog meer nodig om tot de beste oplossing te komen? Iedereen die bij kan dragen aan de oplossing nodig je uit. Vandaar de term ‘integraal’: iedereen die kan helpen is aanwezig en praat mee. We hebben het niet over ‘wat het probleem is’, maar over mogelijke oplossingen die op korte termijn effect kunnen hebben, en wat iedereen afzonderlijk daaraan bij kan dragen. Het gesprek verloopt volgens een gestructureerde methodiek waarbij de belangrijkste conclusies op een flap worden gezet. Aan het einde stellen we dan vast: zijn we het hier allemaal over eens?  

Het proces 

Natuurlijk roep je niet voor ieder kind meteen een OT bij elkaar. Eerst probeer je er met de ouders, de leerkracht en de IB’er uit te komen. Soms is er wat meer nodig, en dat kan een complexe puzzel zijn waar je de blik van anderen bij nodig hebt. Een valkuil kan dan zijn dat je er meteen experts bij gaat halen, die (goedbedoeld, want dat is hun vak) labels gaan plakken. Bij integraal arrangeren probeer je dat te voorkomen. Je probeert met elkaar boven de situatie uit te stijgen door de meer algemene vraag te stellen: wat speelt er precies? Hoe zie jij dat, en jij? Met elkaar formuleer je hypotheses: zou het misschien kunnen dat…?  

Belangrijk is dat je meerdere ‘domeinen’ aan tafel hebt, dus: de naast de school en de ouders (misschien ook wel de grootouders of de buurvrouw), bijvoorbeeld de ouderkindadviseur (voor o.a. de verbinding met de thuissituatie en eventueel jeugdhulp), leerplicht en het samenwerkingsverband voor de overstijgende blik. Iedereen bereidt zich goed voor, kent de casus, zodat het gesprek meteen over de oplossingen kan gaan. 

Een goede voorzitter is daarbij cruciaal. Meestal is dat de schooldirecteur. Die let erop dat de uitkomst van te voren niet vast ligt (bijvoorbeeld: deze leerling moet naar het SO), en dat iedereen vanuit een positieve grondhouding wil zoeken naar mogelijkheden. Misschien blijkt dan wel dat wat op school niet lukt, thuis heel goed lijkt te gaan, of andersom. En dat je dan met elkaar kunt vaststellen: wat geweldig dat het lukt, zou het mij ook kunnen lukken? Aan het eind stel je altijd de vraag: wie verzorgt de terugkoppeling naar het kind?  

“Wat kan ik eraan bijdragen dat dit kind weer met plezier naar school gaat?” 

Werken aan een oplossing begint met het stellen van de juiste vragen: welke hulpvraag willen we precies beantwoorden? Welke doelen willen we wanneer bereiken, en wat kunnen we de volgende dag al doen (wat zijn de quick wins)? De taal die je gebruikt, is van grote invloed op het proces: als het goed is, gebruik je taal die uitnodigt tot actie, stel je je eigen oordeel uit en luister je naar wat er gezegd wordt. Vraag ook aan de ouders: hoe heeft u dit gesprek ervaren? Ouders zijn de ervaringsdeskundigen, elke ouder wil het beste voor haar of zijn kind.  

Wie dit voor elkaar krijgt, wie op zo’n manier gaat ‘integraal arrangeren’, zal sneller tot een passende ondersteuning komen, omdat samenwerken dan steeds makkelijker gaat. Iedereen die betrokken is bij het kind vraagt zich dan standaard af: Wat kan ik eraan bijdragen dat dit kind weer met plezier naar school gaat?” Of we dat nou ‘integraal arrangeren’ noemen, of ‘gewoon goed samenwerken’ doet er dan niet meer toe.  

Je kunt dit artikel ook downloaden als pdf.

Training 'Krachtig samenwerken op de werkvloer'

Met dank aan Mascha Stolwijk en Caroline Kooistra die de training ‘Krachtig samenwerken op de werkvloer’ hebben ontwikkeld. Zij raden iedereen aan het boek Arrangeer samen te lezen van Simone van Dijk en Sofie Rijnberg (Instondo, 2015) en de vervolgboekjes die daarna zijn verschenen: Over dit onderwerp is niks beters verschenen.” Wil je meer informatie over de training, neem dan contact op met BEN in de Buurt: info@benindebuurtblijfindebuurt.nl, 020-3033133.

Deel deze pagina:

Rachida El Masoudi over de dilemma’s van inclusiever onderwijs