Teamleiders Maartje Salomons en Doortje Schroevers over de rol van buurtteams

‘Hoe beter we elkaar kennen, hoe beter we de gezinnen kunnen helpen’

Foto: Buurtteam Amsterdam

Ervoor zorgen dat alle kinderen en hun ouders hulp en ondersteuning in de eigen buurt of op school krijgen. Dat is wat BEN in de Buurt wil bereiken in de pilotwijken Osdorp en Bos en Lommer. Daarvoor heb je verschillende partijen nodig. Eén daarvan zijn de buurtteams. Hoe dragen zij bij aan deze ontwikkeling? Maartje Salomons, teamleider Jeugd bij SEZO/Buurtteam Amsterdam Nieuw-West, en Doortje Schroevers, teamleider bij buurtteam Wolbrantskerk en Meer en Vaart vertellen er meer over.

Maartje coördineert onder andere een inloopspreekuur op de twaalf scholen in Amsterdam Nieuw-West – waarvan drie basisscholen in Osdorp. Dit zijn de Lukasschool, de Johannesschool en De Globe.

“Een buurtteammedewerker op een school heeft vaak korte lijntjes met de zorgcoördinator, IB’er, oudercontactmedewerker en de Ouder- en Kindadviseur (OKA) van het OKT en is op een vast moment in de week aanwezig op school”, zegt Maartje. “Ouders kunnen met allerlei vragen bij de buurtteammedewerker terecht. Zo kan de buurtteammedewerker helpen bij het invullen van formulieren en het aanvragen van toeslagen. Maar ook bij het inschrijven voor een voorschool of een buitenschoolse activiteit. Hebben ouders meer of andere hulp nodig? Dan haalt de buurtteammedewerker er andere hulp bij, vanuit de buurtteams of andere organisaties.” Ze vervolgt: “Ik zie dat het inloopspreekuur goed werkt. Ouders stellen makkelijker hun hulpvraag, omdat we dit spreekuur op school houden – een voor hen vertrouwde plek. En leren ons buurtteam goed kennen.” 

Veel samenwerken met OKT

Daarentegen heeft Doortje veel minder met scholen te maken. “Ik geef leiding aan twee buurtteams die zich bezighouden met volwassenen met een hulpvraag. Denk hierbij aan Amsterdammers die niet rond kunnen komen, psychische problemen hebben, chronisch ziek zijn of te maken hebben met huiselijk geweld. In sommige gevallen zijn deze Amsterdammers ook ouders van minderjarige kinderen. We werken in deze gevallen samen met het Ouder- en Kindteam (OKT). Samen hebben we veel kennis en ervaring, ook van de sociale kaart van organisaties in de buurt.” 

Kijken naar het hele gezin

Volgens Maartje is het belangrijk dat er naar het hele gezin gekeken wordt. In plaats van alleen naar het gedrag van een kind in de klas. “Neem bijvoorbeeld ouders die veel stress hebben. Dat kan veel invloed hebben op een kind. Ook is het beter als we als professionals – zoals buurtteams – eerst in gesprek gaan met ouders. Vooral naar hen te luisteren. En daar de tijd voor nemen. Zodat we de hulpvraag en eventuele andere vragen helder krijgen en ouders vertrouwen in ons krijgen.”

Zoek de juiste hulp in de buurt

“Daarnaast kunnen scholen meer doen om kinderen – die extra aandacht of ondersteuning nodig hebben – op hun school te houden”, gaat Maartje verder. “En de juiste hulp voor deze kinderen en hun ouders in de buurt te zoeken. Die is er gewoon. We kunnen elkaar beter vinden en gebruikmaken van elkaars kennis en kunde. Zo neemt het OKT contact op met buurtteams als er meer aan de hand is in een gezin dan alleen opvoed- en opgroeiproblemen.” Doortje vult aan: “Het zou goed zijn als de pilot BEN in de buurt gebruikmaakt van de netwerken in de buurt die er al zijn. En op zoek gaat naar de ‘sleutelfiguren’ – zoals opbouwwerkers – die er meer over kunnen vertellen. Scholen kunnen hier veel voordeel bij hebben. Ze weten daardoor beter welke ondersteuning al in de wijk gegeven wordt. Tenslotte moeten we het samen doen. Dus hoe beter we elkaar kennen, hoe beter we de gezinnen kunnen helpen.”

Samenhangend plan van aanpak

Doortje vindt het belangrijk dat verschillende partijen – zoals een huisarts, de Blijf Groep of een thuiszorgorganisatie – tot een samenhangend plan van aanpak voor een gezin komen. En dat ze ouders bij het maken van dat plan betrekken. “Dat is soms lastig, omdat je niet weet wie er allemaal bij het gezin betrokken zijn. Ook zijn er vaak verschillende plannen van aanpak die elkaar tegenspreken. Bijvoorbeeld over wat als eerste moet worden opgepakt. Dan is het handig als iemand de centrale regie heeft en duidelijk is welke hulp het gezin als eerste nodig heeft. En kun je samen met de ouders kijken wat prioriteit heeft.”  

Tot slot. Maartje en Doortje kunnen het niet genoeg benadrukken: “Vind niet opnieuw het wiel uit; er is al veel zorg- en ondersteuningsaanbod voor kinderen en gezinnen in Osdorp. Doe daar je voordeel mee!”

Deel deze pagina:

Directeuren Aiko Letschert en Erwin Bolt over de samenwerking tussen de Johannesschool en De Globe